Nederlandse bedrijven innoveren weer meer. Behalve de agrofood en de logistieke sector, die missen de boot. Daar voelen ze zich minder gedwongen op zoek te gaan naar nieuwe markten en nieuwe producten. Raar, want allebei gepromoveerd tot topsectoren. Ze investeren nog wel in het verbeteren van bestaande markten maar nieuwe bestormen, ho maar!
Het verhaal is bekend. Vraag twee economen om hun mening en je krijgt er drie. Aanvankelijk dacht ik dat Joseph Schumpeter, de Oostenrijkse econoom, een uitzondering op de regel was. Hij waarschuwde dat bedrijven die niet tijdig vernieuwen, het op den duur wel kunnen vergeten. Zijn advies was om oude dingen en gewoontes om de zoveel tijd radicaal op te ruimen zodat er ruimte ontstaat voor het creatieve nieuwe waarmee de tent draaiende wordt gehouden. En dat regelmatig te herhalen want bedrijven raken sneller in de sleur dan ze zelf denken. Maar waar ik van de meeste economen één mening soms al te veel vindt, had ik van hem nog graag een tweede gehad. Want die ‘creatieve destructie’ klinkt dan wel uitdagend, en is ongetwijfeld erg opluchtend mits met verve ten uitvoer gebracht. Maar wat gaat eraan vooraf? Hoe bepaalt een bedrijf wanneer het tijdstip is aangebroken en wat er wel lekker kort en klein geslagen kan worden, en wat niet? Over dit punt zwijgt de Oostenrijker . Per saldo is zijn mening dus een halve mening.
Volgens mij begint het bij de mensen. Mensen zijn de belangrijkste factor in elk bedrijf. Alleen zij kunnen het systeem vitaal houden. Maar door de ophoudende opeenvolging van ontwikkelingen verouderen bedrijven en hun systemen steeds sneller. Procedures, werkwijzen en technische equipage raken achterop en worden allengs minder compatibel met de werkelijkheid. Dat merken we het eerst aan de mensen. Zij kunnen het nieuwe dat op hen afkomt, minder makkelijk bijbenen en raken vermoeid. Routine krijgt de overhand, ideeën worden schaars, ze zijn minder alert op trends en vergelijkbare signalen die vanuit de toekomst op hen worden afgevuurd. Te druk om vandaag aan morgen te denken terwijl morgen ook alweer bijna vandaag is.
Om dit paradigma te doorbreken, heb ik een businessgame ontwikkeld waardoor mensen spelenderwijs anders naar hun eigen werksituatie gaan kijken. Geladen met voldoende realisme om er geen spelletje van te maken en tegelijk met de distantie om creativiteit de vrije loop te laten. Wat er gebeurt met de energie die is vrijgekomen, hangt af van de ondernemer. Maar één ding staat vast, het moment voor de ‘creatieve destructie’ is door zo’n game een heel stuk dichterbij gebracht.
Casper Jansen